De Timpe (2) Beter De Bilt onderzoekt dossier De Timpe

Verklaringen van B&W onvoldoende

Fractievoorzitter Ebbe Rost van Tonningen heeft langs de formele weg bij de gemeente alle documenten over dit onderwerp van de afgelopen vijf jaar opgevraagd. “Na drie keer werd er pas echt serieus op mijn verzoek gereageerd. De stukken bleken onder beheer van de externe projectleider te zijn. Dit is volgens mij onjuist want deze informatie hoort gewoon in het gemeentelijk archief.”. In de daarop volgende interpellatie in de gemeenteraad over de aanbesteding heeft B&W onvolledige informatie gegeven.

Voorlopige conclusies

Na het bestuderen van alle archiefstukken over De Timpe komt Rost van Tonningen met de volgende conclusies:

  1. Het stedenbouwkundige plan van De Timpe is in 2013 aangepast aan de wensen van een projectontwikkelaar, in vergelijking met het eerder opgestelde stedenbouwkundige plan. De hamvraag is of de gemeente, die tot taak heeft een brede afweging van belangen te maken, daarin eenzijdig is meegegaan met de belangen van een projectontwikkelaar. De financiële onderbouwing voor de massa van het gebouw van de Timpe was gebaseerd op een berekening op basis van gegevens uit 2012, Deze berekening van een externe econoom gaf een geflatteerd kosten/baten plaatje. Dat heeft te maken met de afschrijving van de huidige gebouwen, op de plek van De Timpe, die eigendom zijn van de projectontwikkelaar. De waarde van die gebouwen wordt door afschrijvingen in opeenvolgende jaren een stuk lager, waardoor de projectontwikkelaar van de Timpe door langer te wachten met bouwen een steeds hogere winst gaat boeken in vergelijking met 2012. Het is dan ook voor de hand liggend dat de projectontwikkelaar geen haast maakt met het nieuwe gebouw voor De Timpe. Lager wachten levert immers meer winst op.
  2. De gemeentelijke projectleider van De Timpe en van het bedrijventerrein Rembrandtlaan, tevens de projectleider van bedrijventerrein Larenstein en nog enkele andere projecten, heeft met zijn (kleine) bureau in 10 jaar tijd tenminste € 1,2 miljoen verdiend aan de opdrachten van onze gemeente aan zijn bureau. B&W beroept zich op uitzonderingsregels bij de aanbestedingen bij dit bureau waardoor het College gemeend heeft zich niet aan de geldende aanbestedingsregels te hoeven houden. B&W heeft incomplete informatie gegeven. Eén voorbeeld daarvan is: wat zijn de argumenten om voor deze externe projectleider 10 jaar lang een uitzondering te maken op de geldende aanbestedingsregels?  Van Tonningen wijs er in dit verband op dat bureau Berenschot in 2013 met een rapport kwam waaruit bleek dat onze gemeente 321% méér uitgaf aan kosten inhuur/uitbesteding per fte bij de gemeente De Bilt in vergelijking met gemeenten in dezelfde grootteklasse. Belangrijk is verder dat onze gemeente van 2008 t/m 2015 op ca 20 miljoen verlies zal uitkomen. Er zij dus goede redenen om zuinig om te gaan met de inhuur van externen.
  3. Het was aanvankelijk vanuit B&W helemaal niet de bedoeling dat er voor het bestemmingsplan Rembrandtlaan een klankbordgroep in het leven zou worden geroepen, ondanks een communicatieplan waarin dat wel werd gesuggereerd. Die klankbordgroep kwam pas nadat de gemeenteraad daarop had aangedrongen, maar toen was de besluitvorming al in een vergevorderd stadium. Later werd gesteld door B&W en de projectleider dat de instelling van een klankbordgroep voor een ‘vertraging’ had gezorgd in de besluitvorming van het bestemmingsplan van bedrijventerrein Rembrandtlaan. Een duidelijker bewijs dat inspraak door belanghebbenden niet welkom was, kon nauwelijks worden gegeven. Een andere aanwijzing was dat burgers en andere betrokkenen in 2013 slechts één week de tijd kregen om het nieuwe stedenbouwkundige plan van bedrijventerrein Rembrandtlaan te beoordelen.

Antwoorden op aanvullende schriftelijke vragen pas maanden later

Rost van Tonningen heeft in juli 2015 aanvullende schriftelijke vragen gesteld over de aanbesteding van externe inhuur. B&W neemt daarvoor niet de normale termijn voor beantwoording in acht, maar heeft aangekondigd veel meer tijd nodig te hebben. Uiterlijk eind 2015 moeten de antwoorden er zijn.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *