Vervolg op De Timpe, onderzoek externe inhuur (2)

Informatie van B&W over externe inhuur onvolledig. Onvoldoende informatie schept wantrouwen, toegeven van fouten vertrouwen.

 

 

De Timpe

(Als vervolg op het dossieronderzoek De Timpe – zie eerder berichten – heeft Beter de Bilt een breder onderzoek op gezet over aanbesteding inhuur externen)

Ik verwijs naar de raadsvergadering van 17 december 2015 met betrekking tot informatie van B&W aan raadsleden bij twee verschillende agendapunten.  De verantwoordelijk wethouder Mieras gaf zijn fouten inzake zijn beantwoording (bij vragen van Beter De Bilt over de bibliotheek) en dan kan je als controlerende gemeenteraad met een schone lei beginnen. Bij inhuur van externen is door de verantwoordelijk portefeuillehouder geen correcte informatie gegeven. Dan voel ik mij als volksvertegenwoordiger verplicht nader onderzoek te doen! Waarom? Wij kunnen als raadsleden alleen onze controlerende taak op het bestuur goed uitvoeren als Burgemeester en Wethouders juiste en volledige informatie geven. Bij onvoldoende informatie moet de onderste steen boven. Desnoods op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur. Zo ging het ook in 2008.  Ik ga met mijn fractie praten over de inzet van een ‘burgerjury’. Zonder iemand in De Bilt te beschuldigen neem ik een voorbeeld aan wat er in de landelijke politiek in deze dagen is gebeurd. Ik heb al eens uitgelegd aan de gemeentesecretaris in De BIlt dat ik veel minder vragen zal indienen als ik het gevoel heb dat vragen correct beantwoord worden en niet om de waarheid wordt heengedraaid. Voor onvoldoende informatie geldt het omgekeerde.

Onjuiste en onvolledige informatie van B&W in december 2015

Ik heb ca 5 maanden geleden namens Beter De Bilt schriftelijke vragen ingediend bij het College van B&W over het aanbestedingsbeleid. Het College had de lange wachttijd gemotiveerd door te stellen dat de veelheid van vragen en ook de diepgang daarvan een langere tijd vergen om de vragen te beantwoorden. De normale termijn voor de beantwoording van vragen is één maand. Toen de antwoorden medio december binnen kwamen, bleek dat B&W een groot aantal vragen niet correct heeft willen beantwoorden. Bovendien werd mij duidelijk dat B&W eerder onjuiste en onvolledige informatie aan de gemeenteraad heeft vertrekt over inhuur derden. Ik bracht daarom vanuit Beter De Bilt een motie in de raadsvergadering van donderdag 17 december 2015 om voor eind januari alle vragen alsnog beantwoord te krijgen. Daarop werd door B&W niet ingegaan en ik kreeg met mijn fractie van Beter De Bilt geen steun in de gemeenteraad van andere fracties.

Landelijke schandalen geven aan hoe slordig ongecontroleerd beleid kan zijn.

Bij de zogenaamde ‘Teeven-deal’ werd 4,7 miloen euro betaald aan de crimineel Cees H. Na de val van de minister van Justitie en zijn staatssecretaris in 2014, kreeg het kabinet Rutte in december 2015 de volledige oppositie over zich heen door een motie van afkeuring. De inmiddels gepensioneerde topadvocaat Piet Doedens, die Cees H. rond de eeuwwisseling bijstond, zei over de Teven-deal dat de verklaringen van minister van Justitie Opstelten in de Kamer “allemaal lulkoek” waren. De minister “foezelt maar wat”, zo stelde de inmiddels 72-jarige Doedens: “Het was liegen en omzeilen. En de Kamer slikte dat.”. Pas toen externe bronnen met nieuwe feiten kwamen, schrok de Kamer wakker en pas veel later kwam de motie van afkeuring.

Ook in 2008 stond ik als fractie alleen, maar bleken de regels voor inhuur te zijn geschonden.

In 2008 was mijn fractie ook de enige die dit beleid in de gemeenteraad heeft doorgelicht. Ook toen wenste B&W onder leiding van dezelfde burgemeester niet in te gaan op mijn vragen. Ik heb toen op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur informatie opgevraagd die mij als raadslid door B&W werd onthouden. En vond vervolgens een rapport van de accountant waarin stond dat 87 % van de beoordeelde inkopen onder verantwoording van het College in strijd was met de regelgeving van niet meervoudig onderhands aanbesteden. B&W had de gemeenteraad verzuimd dat rapport beschikbaar te stellen en heeft toen op basis van dat rapport met veel kunst en vliegwerk en met terugwerkende kracht het beleid moeten herstellen.

Indicator van het beleid in De Bilt: 321% meer externe inhuur dan vergelijkbare gemeenten. En € 20 miljoen verlies …

De inhuur van derden en de aanbesteding van werk aan externe vragen om grote zorgvuldigheid. De kans dat er onregelmatigheden plaatsvinden blijkt groot, zo leren ons voorbeelden elders. Ik noem enkele indicatoren waarom een onderzoek naar inhuur derden bij de gemeente De Bilt van belang is. Volgens een onderzoek van bureau Berenschot uit december 2013 zit de gemeente De Bilt met haar kosten inhuur en uitbesteding maar liefst 321 % boven het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten. Berenschot heeft aangegeven dat onze gemeente in de overhead aan salarislasten en kosten inhuur en uitbesteding 21 % meer geld besteedde dan het gemiddelde van de gemeenten in dezelfde grootteklasse. Vooral aan communicatie is veel meer uitgegeven. En waarom moest bijvoorbeeld een klein bureau in 10 jaar tijd in De Bilt € 1,2 miljoen verdienen? Het College van B&W heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de contracten steeds werden verlengd en een paar maal werden uitgebreid. De gemeente heeft in 2014 aan kosten inhuur een bedrag van € 1,4 miljoen besteed. Sinds 2006 heeft de gemeente ca € 20 miljoen verlies geleden tot eind 2015. Bij alle bezuinigingen die onze gemeente uitvoert, zal bij externe inhuur dus elke uitgave óók zorgvuldig beoordeeld moeten worden. De rekenkamer heeft enkele jaren geleden gesteld dat er door het College geen streefwaarden zijn vastgelegd ten aanzien van kwaliteit en omvang van inhuur in relatie tot de doelen van het beleid en het gewenste functioneren van de organisatie.

Er is dus alle reden voor om na te gaan of de gemeente De Bilt zorgvuldig omgaat met het inhuren van externen.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *